Poncho haakpatroon voor een martha stewart's poncho

( geen patronen of afbeeldingen te zien? ga dan terug naar de hoofdpagina voor een gratis patroon van  www.jessica-tromp.nl )

stekenverhouding 7 stokjes  bij 4 tr.
afbeelding van de te haken poncho
poncho
extra informatie
poncho

haakpatroon

maat
omvang [61 cm] aan de halszijde
Lengte [56 cm] aan de zijkanten en [76 cm] bij de punten

MATERIALEN
• LION BRAND Homespun
• [9 mm] haaknaald of andere maat om de steekgrootte correct te krijgen
• 4 strengen #320 Regency
steekgrootte
7 stokjes + 4 tr. = [10 cm] in patroon gehaakt.
8 tr. in vasten = [10 cm].
zorg dat uw steekgrootte klopt , ander doet u alles voor niets

Steken uitleg
Waaier ; ( 3 stokjes ) in de zelfde lussen-boog ( lussen-bogen zijn gehaakte losse )
of steken-boog = ( ruimte tussen de st. ) dan haak je 3 stokjes om het boogje van 1 steek
Schelp ; (2 stokjes, 1 losse, 2 stokjes ) in dezelfde lussen-boog.
als er dus staat -haak 1 schelp- dan haak je (2 stokjes, 1 losse, 2 stokjes )

PONCHO
Begin aan de halszijde , haak 44 opzet losse en sluit deze tr. met 1 halve vaste ( sluit of slipsteek
) tot een rondje, zorg dat de st. niet verdraaien.
tr. 1 ( de goede kant van uw werk )
Haak 3 losse , [sla de volgende steek over , 3 stokjes in de volgende steek ] 21 keer herhalen ,
sla de volgende steek over , haak 2 stokjes in dezelfde losse, van het begin van deze tr. ;
sluit deze tr. met 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste steek van deze tr.
dit zijn – 22 Waaiers.
tr. 2
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de lussenboog voor het volgende stokje ,
haak 3 losse , 2 stokjes in dezelfde lussenboog , [3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ]
10 keer herhalen , (haak 3 stokjes, 1 losse, 3 stokjes ) in de volgende lussenboog, voor de hoek,
[3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ] 10 keer herhalen ,
3 stokjes in de lussenboog van de eerste steek van deze tr. ;
sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr.
dit zijn – 24 Waaiers en 2 Hoeken.
tr. 3
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste lussenboog
(haak rond de onderkant van de laatste vaste, gemaakt in de vorige tr. ),
haak 3 losse , 2 stokjes in dezelfde lussenboog ,
[3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ] 11 keer herhalen ,
(haak 3 stokjes, 1 losse, 3 stokjes ) in de eerste steken-boog voor de hoek,
[3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ] 11 keer herhalen ,
3 stokjes in de lussenboog van de eerste steek van deze tr. ;
sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr.
er zijn – 26 Waaiers en 2 Hoeken.
tr. 4-20
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog , haak 3 losse ,
2 stokjes in dezelfde lussenboog , [3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ]
bij de hoek, (haak 3 stokjes, 1 losse, 3 stokjes ) in de eerste steken-boog voor de hoek,
[3 stokjes in de lussenboog tussen de eerst volgende 2 Waaiers ] nu naar de eerste lussen-boog ,
3 stokjes in de lussenboog van de eerste steek van deze tr. ;
sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr.
er zijn – 60 Waaiers en 2 Hoeken aan het einde van tr. 20.

SIERRAND
tr. 1
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog , haak 3 losse ,
haak 1 stokje in deze zelfde lussen-boog , *haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over ,
1 vaste op elk van de volgende 5 stokjes, haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over ,
Haak 1 schelp in de lussenboog tussen de Waaiers ; herhaal vanaf * 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over , 1 vaste op elk van de volgende 5 stokjes,
haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over , 2 stokjes in dezelfde lussenboog
waarmee u de tr. bent begonnen ; sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste
steek van deze tr.
er zijn – 20 Schelpen.
tr. 2
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog ,
(haak 3 losse , 1 stokje, 1 losse, 2 stokjes ) in dezelfde lussen-boog ,
*haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste op de volgende 3 vaste , haak 3 losse ,
(1 schelpje, 1 losse, 1 schelpje ) in de volgende steken-boog ;
herhaal vanaf ** 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste op de volgende 3 vaste , haak 3 losse ,
Haak 1 schelp in de lussenboog van de eerste steek van deze tr.
; sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr.
er zijn – 40 Schelpen.
tr. 3
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog , haak 3 losse ,
haak 1 stokje in deze zelfde lussen-boog , Haak 1 schelp in de volgende steken-boog ,
*haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste in de volgende vaste , haak 3 losse ,
Haak 1 schelp in de volgende 3 steken-bogen ; herhaal vanaf * 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste in de volgende vaste , haak 3 losse ,
Haak 1 schelp in de volgende steken-boog ,
2 stokjes in dezelfde lussenboog waarmee u de tr. bent begonnen ;
sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr.
er zijn – 60 Schelpen.
tr. 4
Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog , haak 3 losse ,
haak 1 stokje in deze zelfde lussen-boog , Haak 1 schelp in de volgende steken-boog ,
*haak 3 losse , 1 vaste in de volgende vaste , haak 3 losse ,
Haak 1 schelp in elk van de eerst volgende 3 steken-bogen ;
herhaal vanaf * 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , 1 vaste in de volgende vaste , haak 3 losse ,
Haak 1 schelp in de volgende steken-boog ,
2 stokjes in dezelfde lussenboog waarmee u de tr. bent begonnen , 1 losse ;
sluit deze tr. met 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de keer-losse
waarmee u deze tr. bent begonnen.
Afhechten.

Kraag
tr. 1
Met de goede kant van uw werk naar u toe , haakt u nu aan de andere kant van de opzet-losse,
aan het begin van uw haakwerk, hecht uw draad ergens in een steek, aan de halszijde,
haak 1 losse , 1 vaste in dezelfde losse , haak vasten in elke vaste helemaal rondom;
sluit de tr. niet, maar werk spiraals gewijs.
Markeer wel de eerste vaste , en de tr., u moet totaal 6 tr. haken,
u heeft in de eerste tr. 44 vasten gehaakt.
tr. 2-6
1 vaste haken in elke vaste, helemaal rondom.
Aan het einde van tr. 6, sluit deze tr. met 1 halve vaste ( sluit of slipsteek )
in de volgende vaste.
Afhechten.
Werk alle losse draadjes weg
Eventuele vragen over dit patroon
VRAAG : In tr. 3, staat er “Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste lussenboog
(haak rond de onderkant van de laatste vaste, gemaakt in de vorige tr. )”, wat is de onderkant?
ANTWOORD: een vaste was gemaakt om een laatste lussen-boog of steken-boog te
maken, aan het einde van elke tr.. Als je aan de onderkant haakt, doe je net als of het een
lussen-boog of steken-boog is

VRAAG : waar is de andere hoek in dit haakwerk?
ANTWOORD: er zijn 2 "hoeken" gehaakt in elke tr..
1 is op het midden-voor en de 2e is op het midden-achter van de poncho.
de 1e hoek wordt gemaakt met (haak 3 stokjes, 1 losse, 3 stokjes ) halverwege de tr..
de 2e hoek wordt gemaakt in 2 delen, je haakt het eerste deel, aan het begin van de tr.,
(haak 3 losse , 2 stokjes in dezelfde lussenboog ),
dan maak je hem af aan het einde van de tr. (3 stokjes in de lussenboog van de eerste
steek van deze tr. , haak 1 vaste in de derde keer-losse van deze tr., om de tr. te sluiten ).
Dit samen maakt de 2e hoek.

VRAAG : In de SIERrand instructies,bij tr. 2 staat er :
“Haak 1 halve vaste ( sluit of slipsteek ) in de eerste boog ,
(haak 3 losse , 1 stokje, 1 losse, 2 stokjes ) in dezelfde lussen-boog ,
*haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste op de volgende 3 vaste ,
haak 3 losse , (1 schelpje, 1 losse, 1 schelpje ) in de volgende steken-boog ;
herhaal vanaf * 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , sla de volgende vaste over , 1 vaste op de volgende 3 vaste ,
haak 3 losse , Haak 1 schelp in de lussenboog van de eerste steek van deze tr. ;
sluit deze tr. met 1 vaste in de eerste steek van deze tr. – 40 Schelpen
.” maar er is geen vaste in de vorige tr. (hij is er als onderdeel van de Schelpen ).
ANTWOORD: er zijn 5 vaste tussen de schelpen in tr. 1 van de sierrand
kijk hier naar:
tr. 1
Sluit-steek in de eerste boog , haak 3 losse , haak 1 stokje in deze zelfde lussen-boog ,
* haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over ,
1 vaste op elk van de volgende 5 stokjes, haak 3 losse ,
sla de volgende 2 stokjes over ,
haak 1 schelp tussen de eerst volgende 2 waaiers ; herhaal vanaf * 18 keer herhalen ,
haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over ,
1 vaste op elk van de volgende 5 stokjes, haak 3 losse , sla de volgende 2 stokjes over ,
2 stokjes in dezelfde lussenboog waarmee u de tr. bent begonnen ,
haak 1 vaste in de derde keer-losse van deze tr., om de tr. te sluiten – 20 schelpen.

ik heb met zorg dit patroon vertaald, als u denkt dat er iets niet goed in staat beschreven
email mij dan, zodat ik het zonodig aan kan passen
 

knitting pages