Haaknaalden maten;
Haaknaalden komen in veel verschillende maten voor, de maat is van
invloed op de grootte van de steek.
Hoe groter de haaknaald, des te groter de steek is. Logisch toch.
Met welke maat haaknaald u het lekkerst haakt, is afhankelijk van de
grootte van uw handen.
Ook is het belangrijk of u een geoefend haakster bent of niet.
Een kleine haaknaald is voor de geoefende haakster geen probleem, maar
voor een beginneling weer wel.
Er zitten 3 gedeeltes op de haaknaald;
1 de eigenlijke haaknaald, het handvat, dat wat u vast houdt,
2 de haak zelf, de punt waarmee u in de steken steekt
3 de schacht, het gedeelte waar de draad omheen zit, voordat u de steken
afhaakt, vlak voor de haak
Hoe houdt u uw haaknaald vast ?
Dit is afhankelijk of u rechts of links bent. Het is handig om
rechtshandig te zijn.
De meeste haakboeken en ook mijn haak instructies zijn voor
rechtshandige.
Bent u linkshandig dan zou u de haakinstructies in een
spiegel kunnen bekijken.
De eenvoudigste manier om te haken is;
De haaknaald met de eerste 2
vingers van de rechterhand en de duim, vast te houden.
Het vlakke gedeelte ( de
schacht ) met de tweede ( gekromde ) vinger en de duim en de wijsvinger
houden
het handvat vast. De tweede vinger helpt ook mee bij het maken
van de steken, dus de draad door de steek halen.
Dit is de makkelijkste manier om de steken te haken.
Om het garen op spanning te houden,
terwijl u haakt, kunt u
de draad over de wijsvinger, van de linkerhand leggen, en de rest van de
vingers
houden de draad dan vast. Uw vingers van de linkerhand zijn dan
gekromd.
Ook kunt u de draad door een paar vingers heen vlechten.
U zult naar verloop van tijd, uw eigen ideale haak houding wel vinden.
We beginnen altijd een aantal lossen te haken,
 deze heten de
opzetlossen, of kettingsteken,
en dat is dan de basis van het haakwerk. De eerste toer bestaat dus
altijd uit lossen.
Trek niet te hard aan de draad, anders is het moeilijk om de volgende
steek te maken.
Als u te strak haakt, worden de steken te klein.
Om de volgende steek te kunnen maken, zult u dan de haaknaald telkens
met geweld door de te kleine
vorige steek moeten trekken. En de volgende
toer is dan ook moeilijk te haken.
Na een aantal toeren, kunt u het haakwerk beter vast houden, en wordt
het haken makkelijker.
Tip: Als u door de beide lussen haakt, boven in elke haaksteek, dan krijgt u een wat stugger haakwerk,
wat wel langer meegaat. Als u alleen in de achterste lus haakt, boven in de haaksteek, dan krijgt u een wat soepeler haakwerk,
wat meer op breiwerk lijkt, maar het is kwetsbaarder. Haak met een grotere haaknaald dan wat het patroon aangeeft, of wat op het label staat,
zo krijgt u lossere steken, wat weer soepel haakwerk geeft, en het zit veel lekkerder.
Het is niet de eerste keer dat
vintage of flower-power in de mode is.
In de jaren '60 was het helemaal in om nieuwe
kleding te mixen met oude. Gehaakte schoudertassen,
bloemenjurken,
blouses in grootmoeders stijl met ouderwetse patronen en veel ruches
werden gedragen
met moderne accessoires als kreukelleren laarzen en
maillots.
In 1971 lanceerde de Franse stylist Yves Saint Laurent de vintage-stijl
en de zogenoemde 'vlooienmarktmode'.
De laatste eeuwwisseling, een
nostalgisch moment, en het Internet - een instrument dat de zoektocht
naar
waardevolle tweedehands kledingstukken heeft vereenvoudigd - hebben
bijgedragen aan de actuele 'neo-vintage'-
golf. Julia Roberts heeft haar
steentje bijgedragen door enkele jaren geleden bij de Oscaruitreikingen
te verschijnen
in haar vintage Valentino jurk.
Ook andere filmsterren,
onder wie Sienna Miller, Renée Zellweger en Reese Witherspoon hebben
zich inmiddels
door de vintage-romantiek laten verleiden. Voor 1970 heet vintage en na 1970 retro.
|