Muts patronen, brei een leuke muts zelf
De muts is vooral bedoeld als middel tegen de kou. De schaatsmuts is
hierbij een karakteristieke variant.
Andere redenen om een muts te
dragen zijn bijvoorbeeld cosmetisch of modieus.
Een muts onderscheidt zich van een hoed of een pet doordat het de
contouren van het hoofd volgt,
en min of meer "om" het hoofd zit in
plaats van erop ligt.
Ogenschijnlijk vormt de puntmuts, die vooral gedragen wordt door
kabouters en Kerstmannen,
hierop een uitzondering.
Let op; bij de patronen zijn steekgroottes
aangegeven.
Als uw
steken proef afwijkt van het patroon, dan wordt bij
meer steken per 10 cm, de muts kleiner en bij
minder steken dan het patroon, wordt de muts groter.
Op zich geeft dit niet, soms wilt u dat juist, of maken een paar cm's
verschil helemaal niet uit.
Denk dus niet, als u een hele andere
steken proef hebt, dat u dat
patroon dan niet kunt breien.
U moet alleen wat rekenwerk verrichten en wat aan willen passen.
Bij een patroon zonder siersteek, zet u gewoon minder of meer steken
op,
dat is dus niet zo heel erg moeilijk rekenwerk.
Uw proeflapje geeft
bv 20 steken bij 28 toeren, gemeten over 10 cm.
Wilt u een muts hebben met 50 cm omvang, dan hebt u 5 x 20 steken nodig,
om dit te krijgen.
Wilt u een muts hebben met 56 cm omvang, dan hebt u 5,6 x 20 st. nodig,
om dit te krijgen. enz.
Bij bv. een patroon over een aantal steken moet u soms gaan
rekenen en met dunnere of dikkere wol gaan breien.
Als een patroon bv 20
steken heeft, moet u met een veelvoud van 20 steken breien.
Het principe is dus, bij een patroon van 20 steken breed;
wordt de muts over 20, 40, 60, 80, 100 steken enz. gebreid.
Dat maakt
natuurlijk wel een enorm verschil, of u 20 steken meer of minder hebt.
muts
In dat geval kunt u een proeflapje breien met 1 patroon, zo kunt u
makkelijk uitrekenen
hoeveel patroontjes u nodig hebt, voor een muts.
Mocht u dan niet helemaal goed uitkomen, dan kunt u proberen met dunnere
of dikkere wol te gaan werken.
Helaas ontkomt u soms niet aan wat rekenwerk.
|