|
Leuke kleding weetjes De kleding van vroeger was niet zo heel anders dan van nu, behalve dat ze geen mode kenden.
Daarbij waren de ontwerpen veel eenvoudiger dan nu, simpel van snit, is een goede benaming.
Voor een man was er een tuniek en een broek, de tuniek ging over het hoofd zonder ingewikkelde sluiting.
Daaronder een onder-tuniek; hemd, meestal van linnen, wat duurder was dan wol, maar niet zo kriebelde.
De broek was ook eenvoudig, met een touw of zoiets door de tailleband, om hem omhoog te houden.
Als onderbroek werd er weer linnen gebruikt, met draad door de tailleband en soms ook bij de knieën.
Lange banden of windsels werden gebruikt om de onderbenen te beschermen, een voorloper van de sok.
Later toen een voorloper van breien, nálbinding, werd uitgevonden, maakte ze een sok van bijzondere kwaliteit.
Met een naald en een lange draad, werd de wol geknoopt, wat resulteerde in een bijna onverwoestbare sok.
Als de draad op een bepaald punt versleten was, dan viel er geen gat in het werk, de knopen hielden de rest samen.
Mutsen en wanten werden ook met deze nálbinding methode gemaakt, deze manier gaat sneller dan breien !.
Als jas had men een soort poncho, een geweven lap, wat bij de schouder bijeen werd gehouden door een speld
of gesp, al naar gelang de eigenaar geld had. Soms een mooie gesmede gouden broche.
Wol en linnen waren de meest gebruikte stoffen en werden zelfs geverfd met 'kleurgrassen' of te wel planten.
Geweven of gebreid werden deze natuurlijke stoffen tot kleding verwerkt.
Voor het weven moest men eerst de wol tot een draad verwerken door middel van een spindel.
Dit was voor de tijd van een spinnewiel, het trekken en draaien van de draden was een tijdrovend werkje.
Voor linnen werd de vlasplant verbouwd, de vezels in de stengels werden tot linnen verwerkt.
Hiervoor werden de stengels in ondiep water gezet, waardoor de plant ging ontbinden, zodat de vezels los kwamen,
dit veroorzaakte wel een onaangename geur. De vezels werden daarna gekamd en verder verwerkt tot een draad.
Linnen werd vaak ongeverfd voor ondergoed gebruikt, het laat zich moeilijk verven.
Verven was ook duur, het heeft extra handelingen nodig, dus geverfde stoffen waren een luxe artikel.
De kwaliteit van de kleding was uiteraard uitstekend, men droeg in die tijd niet elke dag iets anders,
maar hetzelfde kledingstuk jaar in, jaar uit. De stiksels moesten het heel lang kunnen uithouden.
Bont en dierenhuiden werden als warme winterkleding gebruikt, zoals marter, bever, vos en eekhoorn bont.
Vaak hadden ze ook leer in kleding verwerkt, zoals bijvoorbeeld schoenen en soms op bovenkleding voor de sier.
Kleding zou ook voor romantische doeleinden zijn gebruikt.
Als een Noor aan een meisje vroeg om een geborduurd shirt voor hem te maken, en het meisje weigerde,
dan vond ze hem niet zo leuk.
Kleding was ook een teken van gastvrijheid.
Als een familie zich in de koude noordelijke klimaten, reserve kleding kon veroorloven, dan kon je een reiziger
een schone en droge set kleding aanbieden, wat uiteraard zeer op prijs werd gesteld. Wat hebben wij het goed !
|